|
Patiënten met een acuut hartinfarct en daarnaast een chronisch verstopte kransslagader, hebben een slechte levensverwachting. Interventiecardioloog René van der Schaaf onderzoekt of deze risicogroep gebaat is bij het openen van het dichtgeslibde vat. Dat is een technisch lastige ingreep, maar Japanse cardiologen ontwikkelden een nieuwe dottertechniek met een grotere kans van slagen. Eind november kwam één van hen naar het AMC om Nederlandse collega's te trainen.
'Bij een acuut hartinfarct ontstaat vrij plotseling een afsluiting in één van de drie kransslagaderen die het hart van bloed voorzien', legt de cardioloog uit. 'Een deel van de hartspier sterft af vanwege zuurstofgebrek. Sommige patiënten hebben ook in andere vaten een vernauwing, in het Engels: multivessel disease of MVD. Daarnaast bestaat er nog de chronische totale occlusie, de CTO, waarbij een kransslagader volledig is dichtgeslibt. Dat is echter zo langzaam gegaan dat er intussen collateraalvaten gevormd zijn, uitlopers van gezonde vaten. Die brengen het zuurstofrijke bloed alsnog naar het hart. Daarom is de hartspier veelal intact, en niet afgestorven zoals na een infarct. De patiënt hoeft er niets van te merken, al functioneert het hart bij inspanning vaak wel wat minder omdat de bloedvoorziening niet optimaal is.'
'Aan zo'n totale afsluiting wordt over het algemeen niet veel gedaan,'zegt Van der Schaaf. 'De technische mogelijkheden daartoe zijn namelijk beperkt. De plaques die het bloedvat al langer afsluiten zijn veel harder dan bij een acuut stolsel. Daar kom je moeilijk doorheen met een voerdraad en een ballon.' Maar bij zijn komst naar het AMC in 2004 zag Van der Schaaf dat zijn collega's zich wél hadden gespecialiseerd in het doorboren van CTO's. Met goed resultaat: in ongeveer zeventig procent van de gevallen slaagt de dotteringreep en blijft het bloedvat ook gedurende langere tijd doorgankelijk.
Inmiddels heeft zich een nieuwe techniek aangediend om CTO's te openen. Van der Schaaf: 'Wij volgen met de voerdraad de loop van het afgesloten bloedvat, met de stroom mee, en benaderen de plaques van bovenaf. In Japan hebben cardiologen een methode ontwikkeld waarbij de voerdraad wordt ingebracht via één van de andere - nog gezonde - kransslagaderen. De draad gaat door een collateraalvat heen en bereikt zo de afsluiting. Via de achterdeur, als het ware. Daar is het weefsel zachter dan bovenaan en dat verhoogt de kans op een geslaagde ingreep. Het succespercentage stijgt op deze manier van zeventig naar meer dan negentig procent!'
Afgelopen jaar is de techniek aan een opmars in Europa begonnen. Op uitnodiging van de AMC-cardiologen kwam één van de grondleggers van deze techniek, dr. Osamu Katoh van het Toyohashi Heart Center in Japan, op 21 november jl. naar het AMC. Hij dotterde een aantal patiënten met een chronische totale occlusie, die al enige tijd kampten met hartklachten en bij wie een eerdere ingreep niet lukte. Via een live-verbinding vanuit de cathkamer, zoals de operatieruimte heet waarin wordt gedotterd, volgden interventiecardiologen uit heel Nederland de procedure in een nabijgelegen collegezaal.
Auteur: Connie Engelberts
Bron: AMC
Volledige artikel: http://www.amc.nl/index.cfm?pid=5577&&contentitemid=684&itemid=101
Datum: december 2008
|