Nieuwsbrief ontvangen

Geef uw mailadres op en ontvang de gratis nieuwsbrief
Medische Innovaties.NL



indienen

Steunhart voor kinderen
maandag 20 augustus 2007 01:00

Het Erasmus MC heeft eind 2006 een kindersteunhart in z'n behandelprogramma opgenomen. In het UMC Utrecht is onlangs het honderdste steunhart geplaatst.

Het Erasmus MC heeft eind 2006 een kindersteunhart in z'n behandelprogramma opgenomen. In het UMC Utrecht is onlangs het honderdste steunhart geplaatst. Het UMC Utrecht voert deze behandeling uit sinds 1993 en is één van de grotere Europese centra op dit gebied. In Nederland worden harttransplantaties verricht sinds 1984, zowel in het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam als in het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Een steunhart is een mechanische pomp. Artsen implanteren de pomp in de buikholte van de patiënt. Het steunhart wordt aangesloten op het verzwakte hart en neemt de pompfunctie over. De eerste steunharten werden eind jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkeld. Bij het steunhart blijft het eigen hart op z´n plek. Als de pomp zou uitvallen is het leven niet meteen voorbij - er zijn dan vaak nog mogelijkheden om in te grijpen. Bij een volledig kunsthart is het eigen hart verwijderd.

Een steunhart is bedoeld voor mensen met zeer ernstig hartfalen. Zij staan op de wachtlijst voor een harttransplantatie, maar voor hen is nog geen donorhart beschikbaar. Ter overbrugging van de tijd tot de transplantatie wordt dan een steunhart geplaatst om te voorkomen dat de patiënt overlijdt. Jaarlijks ontvangen een tiental patiënten een steunhart. De resultaten zijn zo gunstig dat deze behandeling misschien in de toekomst als alternatief voor een harttransplantatie kan dienen.

De nieuwste steunharten zijn aanzienlijk kleiner en ook makkelijker te implanteren. Ook hebben ze minder bewegende delen waardoor ze minder slijten. Steunharten gaan dus steeds langer mee. Van aanvankelijk enkele weken tot enige maanden, naar nu twee tot vier jaar.

In navolging van andere hartcentra in het buitenland, onder meer in Duitsland, Canada en de Verenigde Staten, heeft Erasmus MC eind 2006 een kindersteunhart in z'n behandelprogramma opgenomen. Dit hulpmiddel zal jonge hartpatiëntjes helpen de kostbare tijd te overbruggen die verstrijkt totdat een geschikt donorhart beschikbaar is.

Bij kinderen die worden aangesloten op het steunhart blijft het grote pompapparaat buiten het lichaam. Alleen twee slangen gaan het lichaam in, onder de ribben. Een ervan wordt ver­bonden met het linker ventrikel (hartkamer), de andere met de aorta (grote lichaamsslagader). Het hulphart neemt vervolgens het pompen over en stelt het kind in staat kostbare kracht te winnen, in afwachting van een zware harttransplantatie. In uitzonderlijke gevallen kan een kind negen maanden leven met zo'n hulphart.

Soms knapt een kind zó op van de 'pomppauze' dat het eigen hart veel beter z'n werk kan doen. Een riskante transplantatie is dan niet meer nodig. Het hulphart biedt echter beslist geen garantie dat alle kinderen het wachten op een donorhart zullen overleven. Tot nu toe sterft de meer­derheid van deze kinderen op de afdeling Intensi­ve Care terwijl ze op de wachtlijst staan. De kansen van zuigelingen met ernstige aangeboren hartafwijkingen zijn zo goed als nihil. Het gaat om kinderen die aangeboren hartafwijkingen hebben 'onverenigbaar met het leven' of met 'terminaal hartfalen'.

Maanden of zelfs een jaar wachten op een donorhart is onvermijdelijk: de behoefte eraan is groter dan het aanbod. Nederland ontvangt via Eurotransplant zo'n vijf donorhartjes per jaar. Kinder­cardioloog dr. Michiel Dalinghaus en zijn collega drs. Lex Maat, hartchirurg, verwachten dat het aantal kinderen dat het wachten dankzij de mechanische ondersteuning overleeft, zal stijgen tot 80 procent. Ze baseren dit op internationale cijfers van het bedrijf Berlin Heart, dat de kunstharten fabriceert en de wereldwijde ervaringen ermee documenteert. Ook de ervaringen van het Deutsche Herzzentrum Benin, een toonaangevend steunhartcentrum voor kinderen, wijzen erop dat een aanzienlijke verbetering van de overlevingskansen mogelijk is.

Bronnen: CVZ / Thoraxcentrum Erasmus MC
Datum: 20 augustus 2007

 

 


Zoeken

indienen