|
In het kader van werelddiabetesdag dit jaar, de dag waarop iedereen die actief is in de diabeteszorg opgeroepen wordt om diabetes nog beter te leren begrijpen en reguleren, vestigt Medtronic, Inc. (NYSE: MDT) de aandacht op het toenemende aantal klinische bewijzen dat persoonlijke continue glucosemonitoring (CGM) de glucosecontrole verbetert bij diabetespatiënten.
Recente studies geven aan dat hoe vaker patiënten persoonlijke CGM gebruiken, hoe beter ze een lager gemiddeld glucosegehalte (A1C) kunnen bereiken zonder toename van hypoglykemie (lage bloedsuikerspiegel). Bovendien zijn er steeds meer bewijzen voor uiteenlopende groepen patiënten, inclusief diegenen met A1C-waarden boven en onder de 7%, die aangeven dat ze onmiddellijk overschakelen van meerdere dagelijkse injecties (MDI) op persoonlijke CGM, en dat kinderen persoonlijke CGM gebruiken meteen na de diagnose.
“Dit toenemende bewijs ten gunste van persoonlijke CGM is fantastisch,” zei Francine Kaufman, M.D., chief medical officer en vice president, global medical, clinical and health affairs bij Medtronic Diabetes. “Werelddiabetesdag is de dag bij uitstek om dit bewijs te erkennen en hulpmiddelen in de dagelijkse praktijk te integreren om het leven van de patiënten te verbeteren.”
Persoonlijke CGM onthult schommelingen van de bloedglucosewaarden die vaak onopgemerkt blijven met gewone vingerprikmetingen. Dankzij de continue gegevens en trendgrafieken kunnen patiënten reageren op hoge of lage glucosewaarden voordat deze tot gevaarlijke situaties kunnen leiden. Bovendien verschaft deze informatie inzicht in de onderliggende oorzaken van de glucoseschommelingen, waardoor de therapie kan worden bijgesteld om de algehele gezondheid en de levenskwaliteit van de patiënten te verbeteren.
Hieronder worden zes belangrijke studies naar de voordelen van persoonlijke CGM samengevat:
GuardControl-studie1 (162 patiënten in de leeftijd van 8-59 jaar): deze studie had tot doel na te gaan of de glucoseregulatie bij patiënten met type 1 diabetes (A1C-waarden = 8,1%) die eerder behandeld werden met intensieve insulinetherapie (insulinepomptherapie of MDI) door het gebruik van persoonlijke CGM verbetert. Na drie maanden toonde de studie een verlaging van de A1C-waarden van > 1% bij de helft van de proefpersonen en van = 2% bij 26% van de proefpersonen die vrijwel dagelijks gebruik maakten van persoonlijke CGM.
STAR 1-studie2 (146 patiënten in de leeftijd van 12-72 jaar): deze studie evalueerde de veiligheid en doeltreffendheid van een insulinepomp gecombineerd met persoonlijke CGM met een insulinepomp zonder CGM bij patiënten met type 1 diabetes die al gebruik maakten van insulinepomptherapie. Dit is de glucosesensornauwkeurigheidsstudie met de meeste gegevens tot nut toe die ooit werd gepubliceerd met meer dan 60.000 gepaarde gegevenspunten. Uit de studie bleek dat een verhoogd glucosesensorgebruik het A1C-gehalte sterker verlaagde.
Door de JDRF gefinancierde studies3-5 Deze gecombineerde mijlpaalstudies leveren het grootste aantal gegevens over persoonlijke CGM bij kinderen, adolescenten en volwassenen. De grootste van deze studies onderzocht 322 patiënten (8-72 jaar) met een slechte glykemische controle (A1C-waarden van 7 tot 10%). De resultaten na zes maanden3 toonden dat het gebruik van glucosesensoren verschilde tussen de leeftijdsgroepen. De resultaten waren het meest significant bij volwassenen die regelmatig persoonlijke CGM gebruikten. Na 12 maanden4 bleef bijna 90% van deze persoonlijke CGM-gebruikers de therapie volgen en de A1C-verlagingen bleven gehandhaafd ondanks een minder intensieve follow-up. De studieresultaten5 van patiënten met een goede glykemische controle (A1C-waarden < 7%), toonden een betere glucoseregulatie met minder hypo’s bij gebruik van persoonlijke CGM.
REAL Trend-studie6 (132 patiënten in de leeftijd van 2-65 jaar): deze studie onderzocht of proefpersonen die MDI gebruikten baat konden hebben bij persoonlijke CGM bij het eerste gebruik van een insulinepomp. De resultaten waren positief en toonden dat insulinepompen (conventioneel en met persoonlijke CGM) resulteren in een significante verbetering van de A1C-waarden vergeleken met MDI. De grootste A1C-verlaging trad op wanneer persoonlijke CGM meer dan 70% van de tijd werd gebruikt. De proefpersonen die persoonlijke CGM gebruikten bereikten een A1C-verlaging van bijna een volledig percentagepunt zonder verhoogd hypoglykemierisico.
EURYTHMICS-studie7 (83 patiënten in de leeftijd van 18-65 jaar): deze studie toonde de bijkomende voordelen aan van de onmiddellijke overschakeling van patiënten met type 1 diabetes met een slechte glykemische controle (A1C-waarden = 8,2%) van MDI op een insulinepomp met persoonlijke CGM. Bij de groep die persoonlijke CGM gebruikte daalde de A1C met > 1% en meer dan een derde van deze patiënten bereikte A1C-waarden van 7% of lager zonder verhoogd risico op hypoglykemie. In de MDI-groep bereikte geen enkele patiënt dit doel.
ONSET-studie8 (160 patiënten in de leeftijd van 1-16 jaar): deze studie onderzocht of kinderen met recent gediagnosticeerde diabetes baat kunnen hebben bij het gebruik van een insulinepomp met persoonlijke CGM aan het begin van hun ziekte. Uit de gegevens na twaalf maanden die mondeling werden gepresenteerd op de IDF (International Diabetes Federation) 2009 bleek dat insulinepomptherapie aan het begin van diabetes, resulteert in lagere A1C-waarden vergeleken met traditionele controles (gebruik van insuline-injecties de eerste 12 maanden na diagnose). Bij kinderen die minstens eenmaal per week persoonlijke CGM gebruikten waren de A1C-waarden significant lager, traden minder episoden van ernstige hypoglykemie en significant minder C-peptideverlies op.
Persoonlijke CGM-therapieën
De met insulinepomptherapie geïntegreerde persoonlijke CGM-therapieën van Medtronic omvatten MiniMed ParadigmÒ (522 en 722)-insulinepompen en MiniMed Paradigm Veotm (554 en 754)-insulinepompen. De stand-alone persoonlijke CGM-therapieën van het bedrijf omvatten het GuardianÒ RT-systeem en het GuardianÒ REAL-Time-systeem.
Bron: persbericht Medtronic, Heerlen
darum: 13 november, 2009
|