|
Een internationaal medisch team heeft aangetoond dat gentherapie het zicht verbetert bij mensen die de erfelijke blindheid van Leber (Leber Congenitale Amaurose of LCA)(1) hebben. Het team heeft net een onderzoek afgerond waarin 12 patiënten tussen 8 en 44 jaar in één oog een inspuiting kregen met een verzwakt virus dat een correcte kopie van het defecte gen dat hun blindheid veroorzaakt naar de netvliescellen brengt. Die injectie zorgt ervoor dat lichtgevoelige cellen in dat oog meer beginnen te werken zodat die aan de hersenen elektrische prikkels geven en de patiënten meer beginnen te zien. De therapie werd bij alle patiënten goed verdragen en leidde zelfs tot een blijvende verbetering van hun zicht. Bij de studie waren 2 jonge patiënten betrokken van prof. dr. Bart Leroy, oogarts en ooggeneticus van het UZ Gent en de Universiteit Gent.
Van de 12 patiënten waren er 8 tussen 17 en 44 jaar oud en 4 tussen 8 en 11 jaar(2) . De groep bevatte zowel de jongste als de oudste patiënten die ooit gentherapie kregen voor een niet-dodelijke (netvlies)aandoening. De opmerkelijkste resultaten in het onderzoek werden opgetekend bij de 4 kinderen: hoewel het zicht niet volledig is genormaliseerd, slagen zij er nu in om te stappen en te spelen zoals elk ziend kind en kunnen ze zelfs in de klas activiteiten doen zonder visuele hulpmiddelen. De Belgische kinderen merken allebei naast een lichte verbetering van hun scherpzicht ook een enorme vooruitgang van hun zicht in schemerdonker: ze kunnen nu in schemerdonker rondlopen terwijl dat vroeger onmogelijk was.
"Het opvallende succes bij de kinderen is toe te schrijven aan de goede kwaliteit van hun netvlies waarop de gentherapie inwerkt. Die kwaliteit vermindert bij het ouder worden. Bovendien is bij een kind de neurovisuele ontwikkeling of de capaciteit om ‘te leren zien’ nog niet volledig uitgerijpt en kan de gentherapie die ontwikkeling mee positief beïnvloeden. Maar dat neemt niet weg dat ook de oudere deelnemers een beter zicht kregen", zegt prof. dr. Bart Leroy. De patiënten bereikten na de gentherapie geen normaal zicht, maar toch verbeterden 6 van de 12 in die mate dat ze niet langer als legaal blind (erkend als blind door de wetgever) worden beschouwd. Een bijkomende vaststelling was dat bij alle patiënten het zicht uit het niet-behandelde oog ook verbeterde: "Dankzij de geninjectie in één oog krijgen de hersenen het signaal om meer te beginnen zien. We hebben vastgesteld dat die impuls ook een positief effect heeft op het zicht uit het andere, niet-behandelde oog", weet Bart Leroy. De eerste patiënten uit dit onderzoek werden twee jaar geleden behandeld en hun zichtverbetering blijft tot op vandaag behouden.
Deze behandeling is een cruciale stap in de medische wetenschap om gentherapie toe te passen in de genezing van ziekten. Om gentherapie succesvol te kunnen toepassen, is het erg belangrijk om bij elke patiënt eerst een correcte diagnose te stellen en het genetisch defect te detecteren. Helaas zijn de beschikbare financiële middelen in ons land hiervoor meestal ontoereikend. "Ik verwacht dat we in het UZ Gent binnen een tweetal jaar zelf kunnen starten met gentherapie voor oogaandoeningen. De grootste uitdaging daarbij is niet de gentherapie op zich, die is technisch goed ontwikkeld. Het zal er vooral op aankomen voldoende fondsen te vinden om op grote schaal aan ‘genotypering’ te kunnen doen en te achterhalen welk gen welke mutatie bevat die de aandoening veroorzaakt, want zonder oorzaak kunnen we natuurlijk geen therapie starten. Nieuwe, hoopgevende behandelingen voor blinden en slechtzienden krijgen vandaag vaak niet de kansen die ze verdienen. Ik hoop dat de positieve resultaten van ons onderzoek in elk geval kunnen bijdragen tot een grotere sensibilisering én meer budgetten", besluit Bart Leroy.
Medische achtergrond
Dit afgeronde onderzoek is in feite een fase 1 studie, waarin in hoofdzaak wordt nagegaan of de behandeling veilig is. Het startte oorspronkelijk in 2006 met een beperkte groep van 3 volwassen patiënten, van wie de eerste hoopgevende resultaten twee jaar geleden werden bekendgemaakt in The New England Journal of Medicine. Sindsdien werd de patiëntengroep verder uitgebreid tot 12 mensen en kregen de bijgekomen patiënten ook een steeds hogere injectiedosis in drie trappen. De studie kan nu een volgende fase ingaan, waarbij extra patiënten worden opgenomen die jonger zullen zijn en ook aan beide ogen worden behandeld. Hieraan zullen via Bart Leroy ook patiënten uit België en Nederland deelnemen.
De opmerkelijkste bevindingen van het onderzoek na objectieve en subjectieve metingen zijn samen te vatten als verbeteringen in:
donkeradaptatie (met een toenemende lichtintensiteit wordt in een donkere koepel getest wat op verschillende momenten de lichtgevoeligheid is, nadat de patiënt in het begin gedurende een paar minuten verblind werd. De curve van de donkeradaptatie toont dan hoe over de tijd een progressieve verbetering van de netvliesgevoeligheid wordt waargenomen);
pupillometrie (een meting van de pupilgrootte in beide ogen op een video die wordt opgenomen wanneer in verschillende belichtingsomstandigheden een licht wordt geschenen in telkens een van de twee ogen);
ambulant gedrag (controle van het gedrag van een patiënt in bepaalde verlichtingsomstandigheden voor en na de behandeling).
De resultaten van de fase 1 studie werden recent gepubliceerd in een online artikel in The Lancet, door de onderzoeksgroep van prof. dr. Jean Bennett uit Philadelphia, prof. dr. Francesca Simonelli uit Napels en prof. dr. Bart Leroy uit Gent. Vanuit het UZ Gent werkten ook prof. dr. Elfride De Baere en Frauke Coppieters van de dienst Medische Genetica mee.
(1) Aangeboren erfelijke netvliesblindheid of Leber Congenitale Amaurose (LCA) is een aandoening die (nog) niet te behandelen is en in België ongeveer 300 mensen treft. LCA is eigenlijk een verzamelnaam voor erfelijke blindheid die vanaf de geboorte begint en tot volledige blindheid leidt vóór het veertigste levensjaar.
(2) Twee van de patiënten werden geselecteerd en opgevolgd door de dienst Oogziekten van het Universitair Ziekenhuis Gent, vijf door de Seconda Università degli Studi in Napels en nog eens vijf door het Children’s Hospital in Philadelphia en de University of Pennsylvania.
Datum: 29 oktober 2009
Bron: persbericht UZ Gent
Website: http://www.uzgent.be/wps/wcm/connect/nl/web/algemeen/pers/persberichten/Blindheid%20en%20gentherapie
|