|
PET-scan voorkomt overbodige operaties bij longkanker |
|
|
dinsdag 12 december 2006 01:00 |
|
Een PET-scan bij longkanker kan bij één op de vijf patiënten een overbodige operatie voorkomen. De inzet van deze scan bij longkanker werkt bovendien kostenverlagend. Dit blijkt uit onderzoek door Harm van Tinteren van het Integraal Kanker Centrum te Amsterdam. Op 13 december 2006 promoveerde hij aan het VU medisch centrum.
Patiënten met longkanker kunnen volledig genezen na het operatief verwijderen van de tumor. Dit is echter alleen zinvol als er geen sprake is van uitzaaiingen. De omvang en uitbreiding van de longkanker wordt vastgesteld met een aantal beeldvormende technieken, zoals CT-scans.
In eerdere buitenlandse studies was echter gebleken dat uitzaaiingen beter zijn vast te stellen met een PET-scan dan met een CT-scan en een PET-scan van waarde zou kunnen zijn bij de diagnose van longkanker. Onbekend was echter in welke mate een PET-uitslag het beleid van longartsen ook echt zou veranderen. De resultaten van het onderzoek waren dermate overtuigend dat ze in 2004 in landelijke richtlijnen werden opgenomen. Nu blijkt dat een PET-uitslag het beleid van longartsen ook echt kan veranderen. Uit cijfers van de landelijke kankerregistratie blijkt dat het aantal operaties bij longkanker met 20 % is gedaald, dankzij deze aanpak.
Een belangrijke vooruitgang zat in de manier waarop de studies ingericht waren. Gerandomiseerd onderzoek, waarbij loting bepaalt wie wel en niet voor de scan in aanmerking komt, is relatief onbekend in de wereld van beeldvormend diagnostisch onderzoek en was nog niet eerder uitgevoerd op het gebied van PET. Het onderzoek van van Tinteren geeft richtlijnen voor gerandomiseerd onderzoek bij andere technieken.
Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met diverse afdelingen van VU medisch centrum, het iMTA uit Rotterdam en longartsen van ziekenhuizen uit de regio.
Bronnen: Blik op het nieuws / VU Datum: 12/12/2006
|