Nieuwsbrief ontvangen

Geef uw mailadres op en ontvang de gratis nieuwsbrief
Medische Innovaties.NL



indienen

ABCDEFGHIJKL
MNOPQRSTUVWX
YZ
De beste aanpak van reumatoïde artritis
woensdag 30 januari 2008 01:00

Reuma kan het beste direct met ‘grof geschut’ worden bestreden. Door te beginnen met één middel merken patiënten minder snel verbetering en moeten zij uiteindelijk vaak juist méér medicijnen gebruiken. Bovendien lopen zij meer schade op aan hun gewrichten. Reumapatiënten die beginnen met combinatie met agressievere medicijnen kunnen deze vaak juist na verloop van tijd afbouwen. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek van Yvonne Goekoop-Ruiterman, die op 7 februari a.s. aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) hoopt te promoveren.

Yvonne Goekoop-Ruiterman onderzocht ruim vijfhonderd mensen bij wie kortgeleden reumatoïde artritis was vastgesteld. Zij werden willekeurig in vier groepen verdeeld. Patiënten in groep 1 en 2 begonnen met één medicijn en kregen pas een combinatie met zwaardere middelen als de ziekteactiviteit, die elke drie maanden werd gemeten, hoog bleef. Groep 3 en 4 begon met een combinatie van twee of drie zwaardere middelen (prednison in groep 3, infliximab in groep 4) en bouwde deze af als de ziekteactiviteit laag genoeg werd.

Patiënten in groep 1 en 2 bleken na twee jaar meer gewrichtsschade te hebben en meer medicijnen te gebruiken om de ziekte onder controle te houden dan patiënten die meteen combinatietherapie hadden gekregen. Deze laatste patiënten konden vaak de prednison of infliximab stoppen, terwijl de ziekteactiviteit toch laag bleef. Volgens dr. Renée Allaart, coördinator van het BeSt onderzoek en co-promotor van Goekoop-Ruiterman, geeft dit duidelijk aan dat je ‘de boot kunt missen’ als je reumatoïde artritis niet vroeg effectief behandelt. Blijkbaar verandert de ziekte na verloop van tijd zodanig dat je de ziekteactiviteit alleen nog maar kunt onderdrukken. Terwijl je die in het begin blijvend kunt verlagen.

 

Exact medicatieschema

Groep 1 begon met methotrexaat en switchte naar een ander middel als de ziekteactiviteit hoog bleef.

Groep 2 startte met methotrexaat, daarna werd er steeds een middel toegevoegd als dat nodig was.

Groep 3 nam vanaf het begin een combinatie van drie middelen: methotrexaat, salazopyrine en een hoge dosis prednison in afbouwschema.

Groep 4 kreeg ook vanaf het begin combinatietherapie: methotrexaat en infliximab.


Datum: 30 januari 2008
Bron: LUMC

 


Zoeken

indienen