|
In Nederland groeit de belangstelling voor lasers voor tandheelkundige toepassingen, al is de professie nog wat terughoudend bij het aanschaffen van deze apparaten. Mogelijk komt dat door de prijs, maar ook het evidence-based gehalte van de laser roept vraagtekens op. Desondanks lijkt het werken met de laser ook in ons land toekomst te hebben. Het wachten is op verder onderzoek en krachtenbundeling.
Toen in de jaren zestig van de vorige eeuw de eerste lasers werden ontwikkeld, werd al snel duidelijk dat deze apparaten hun diensten binnen de geneeskunde zouden kunnen bewijzen. In de daaropvolgende decennia verschenen er dan ook toepassingen op allerlei medische terreinen: hartchirurgie, oogheelkunde, orthopedie, plastische chirurgie en ook tandheelkunde. In eerste instantie ging het om het soft-tissue behandelingen, later kwam daar de hard-tissue bij.
Een laserstraal laat zich eenvoudig omschrijven als een sterk geconcentreerde lichtbundel waardoor energie wordt overgebracht naar een gewenste plek om daar een actie te verrichten. Bijvoorbeeld het snijden van weefsel of het doden van bacteriën. De lichtbundel kan variëren in golflengte, die wordt gemeten in nanometers (nm). Ligt de golflengte tussen de vierhonderd en zevenhonderd nanometer dan is laserlicht voor het menselijk oog zichtbaar, daarbuiten niet.
Toepassingen
De huidige toepassingsgebieden van de laser in de tandheelkunde liggen in de parodontologie, endodontologie, cariologie, cosmetische tandheelkunde en kleine chirurgie. Er wordt in de tandheelkunde momenteel een aantal typen lasers gebruikt. De belangrijkste zijn de Neodinium-yag-laser (Nd-yag-laser), de Erbium-yag-laser (Er-yag-laser), de diodelaser en de KTP-laser.
De Nd-yag-laser heeft een golflengte van 1064 nm. Hij kan worden gebruikt bij parodontologische behandelingen (soft-tissue). Met deze laser wordt het subgingivale tandsteen bewerkt, dat daarna verbrokkelt en door rootplaning kan worden verwijderd. Deze wijze van laseren heeft een bacteriedodende werking, wat het herstel van de pocket bevordert. De Nd-yag-laser vindt zijn toepassing ook in het desinfecteren en steriliseren van wortelkanalen en het behandelen van gevoelige tandhalzen.
De Er-yag-laser is geschikt voor het bewerken van harde weefsels (hard-tissue). De straal heeft een golflengte van 2940 nm, waarmee dentine en glazuur kunnen worden bewerkt. Met deze laser kan dus cariës worden verwijderd en kunnen caviteiten worden geprepareerd. Omdat de Er-yag-laser ook in staat is om in bot te snijden, wordt hij ook bij botchirurgie toegepast. De diodelaser heeft een golflengte tussen de 900 en 1000 nm en is qua toepassing vergelijkbaar met de Nd-yag-laser. Het vermogen van de KTP-laser hangt af van het type. Deze laser wordt meestal gebruikt voor kleine chirurgie, zoals het snijden in de mucosa, het desinfecteren van wortelkanalen en voor sommige bleekprocedures.
In hoeverre de laser in de Nederlandse tandheelkunde al wordt toegepast, is moeilijk in exacte getallen uit te drukken. Gerard Flint, van de firma Ricana die de Geniuslaser voor soft-tissue toepassingen levert, zegt in Nederland 54 lasers te hebben verkocht, zowel aan mondhygiënisten als aan tandartsen. En er zijn in Nederland niet meer dan vijftig tot honderd tandartsen die met een hard tissuelaser werken, schat Herman Oudhof, hoofd van het lasercentrum van ACTA. Op zijn beurt meent Leon Verhagen, die in zijn praktijk in Lichtenvoorde lasercursussen verzorgt, dat in Nederland zo’n 25 tandartsen een laser gebruiken.
Al met al lijkt het onwaarschijnlijk dat er in ons land veel meer dan honderd tandartsen zijn die de laser in hun praktijk toepassen. Of dat in relatie tot de ons omringende landen veel of weinig is, is niet duidelijk. Toen Verhagen onlangs in het buitenland deelnam aan een congres over lasers, was hij een van de vijf Nederlanders, terwijl er zeker vijftig deelnemers uit België waren. Anderzijds is het aantal Nederlanders dat is aangesloten bij European Society for Oral Laser Applications (ESOLA, www.esola.at) relatief hoog. Onder de 125 leden uit 27 landen zijn twaalf Nederlanders. Alleen België, met tweeëntwintig leden, en Oostenrijk, met veertien, scoren hoger, terwijl Duitsland met acht leden en de Verenigde Staten met één bij ons land achterblijven.
Toch meent ook Flint dat Nederlandse tandartsen in vergelijking tot Duitsland en de Verenigde Staten qua gebruik van de laser achterlopen. Dat kan te maken hebben met het cursusaanbod in ons land: tot een aantal jaar geleden moesten Nederlandse tandartsen voor een lasercursus naar het buitenland. Verhagen bijvoorbeeld deed zijn kennis over het werken met de laser noodgedwongen op aan de universiteit van Wenen.
Inmiddels is gebrek aan cursussen weggewerkt en hebben tandartsen de mogelijkheid om zich in eigen land in het werken met de laser te verdiepen. Zo verzorgt Oudhof in Amsterdam cursussen, doet Verhagen dat in Lichtenvoorde en gebeurt elders in het land hetzelfde door leveranciers als Ricana en het van oorsprong Belgische HighTech Laser. En de belangstelling voor die cursussen groeit, constateren de cursusgevers.
Dat doet ook Natalia Lioubavina-Hack. Ook zij geeft trainingen en cursussen over lasers, verder publiceerde ze twee jaar geleden een reeks artikelen in het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde (NTvT) over het gebruik van de laser in de parodontologie. Er is volgens haar in Nederland een toenemende belangstelling voor lasers, als is die belangstelling minder dan in het buitenland.
Minder pijn
De toenemende belangstelling heeft er wellicht mee te maken dat de voordelen die aan het werken met de laser worden toegeschreven, tot de Nederlandse professie zijn doorgedrongen. Patiëntvriendelijkheid is daarbij een belangrijke eigenschap: een laserbehandeling doet over het algemeen minder pijn, waardoor een grote groep patiënten zonder verdoving kan worden behandeld. Met name bij de behandeling van kinderen biedt dit voordelen.
Ook leidt het gebruik van een laser bij kleine chirurgische ingrepen tot minder bloedingen omdat er meteen hemostase optreedt. Verder voelt een laser in vergelijking met de traditionele boor comfortabel aan door het ontbreken van trillingen. Een voordeel van laseren is bovendien de desinfecterende en bacteriedodende werking die eraan wordt toegeschreven. Met name bij het behandelen van het parodontium en het schoonmaken van het wortelkanaal komt deze eigenschap van pas.
Aan de laser kleeft echter ook een aantal nadelen, vooral voor de gebruiker. Zo is een laser duur in aanschaf. Afhankelijk van het type kost een apparaat tussen de veertigduizend en tachtigduizend euro Ook vraagt vrijwel elk toepassingsgebied om een eigen apparaat, wat uiteraard extra kosten met zich meebrengt voor de tandarts die de laser op meerdere gebieden zou willen inzetten. Er zijn weliswaar fabrikanten die een laser verkopen die voor nagenoeg alle toepassingen kan worden gebruikt, maar volgens Oudhof en Flint is het beter om voor elke toepassingsgebied een aparte laser aan te schaffen. Verhagen noemt nog als nadeel het tikkende geluid wanneer de laser in werking is. Wanneer een tandarts de laser dagelijks frequent gebruikt, kan dat geluid gaan storen. Voor de patiënt kan het vervelend zijn dat sommige typen lasers vrij veel hitte afgeven. Ook kunnen lasers een lichte schroeilucht veroorzaken wanneer afgeslagen partikels vlak bij de laser verbranden, maar als het goed is wordt deze lucht door de afzuiger weggenomen.
De toenemende belangstelling voor lasers houdt niet automatisch in dat het gebruik ervan ook toeneemt. Voor deze terughoudendheid in Nederland kan een aantal redenen worden aangewezen. Natuurlijk is een daarvan de al genoemde aanschafprijs, maar de ook de UPT-systematiek werkt niet mee. Er is namelijk geen tarief of toeslag die mag worden berekend wanneer een laser wordt gebruikt. De tandarts die met het apparaat wil werken, draait dus volledig zelf voor de kosten daarvan op.
Kostendekkend
Leveranciers hebben inmiddels berekend dat laseren bij bepaalde behandelingen tijd bespaard en daardoor in het UPT-systeem kostendekkend is. Met name parodontale behandelingen kunnen met de laser sneller worden gedaan, waardoor meer patiënten kunnen worden behandeld. Toch moet een tandarts volgens Oudhof momenteel niet kiezen voor een laser vanwege het rendement, maar eerder omdat hij mee wil helpen het vakgebied verder te ontwikkelen.
Een ander discussiepunt is de mate waarin het gebruik van de laser evidence-based is. Volgens ArieJan van Winkelhoff, hoofd van de afdeling Orale Microbiologie van ACTA, hebben lasers in met name chirurgie hun nut bewezen, maar is er nog te weinig dubbelblind onderzoek gedaan naar het gebruik van de laser in de parodontologie. Zijn mening wordt echter niet unaniem gedeeld. Zo stelt Oudhof dat er recent in de Journal of Clinical Periodontology evidence based dubbelblind onderzoeken naar het gebruik van de laser in de parodontologie zijn gepubliceerd. Ook aan de universiteiten van Wenen en Nice zijn recent onderzoeksresultaten van dubbelblind onderzoek verschenen. En ook volgens Lioubavina verschijnen er steeds meer studies – met name van professor Moritz uit Wenen – die de toepassing rechtvaardigen voor het gebruik van lasers in de parodontologie.
Krachtenbundeling
In Nederland staan onderzoeksactiviteiten naar het gebruik van lasers vooralsnog op een laag pitje. Bij ACTA wordt er volgens Oudhof überhaupt geen klinisch onderzoek naar gedaan. Ook in Groningen en Nijmegen zijn er momenteel geen concrete activiteiten op dit gebied. Van Winkelhoff zou wel willen meewerken aan onderzoek, maar hij vindt dat, gezien de hoge kosten, de industrie daar dan financieel aan moet bijdragen. Tussen ACTA en Ricana is er wat dat betreft wel contact geweest, maar daar is vooralsnog niets uitgekomen.
Al met al zijn er in Nederland verschillende initiatieven op het gebied van lasers in de tandheelkunde, maar daarin is weinig samenhang te ontdekken. Om de voor- en nadelen van het werken met laser goed in kaart te kunnen brengen, is krachtenbundeling van de verschillende betrokken – gebruiker, industrie en wetenschap – noodzakelijk. Er is al een vereniging van Geniusgebruikers, die twee keer per jaar bij elkaar komt voor het uitwisselingen van ervaringen. Wellicht is de stap naar het oprichten van een Nederlandse laservereniging niet meer zo groot.
Nederlands Tandartsenblad NT 08
Datum: 22 april 2005
Auteur : Karel Gosselink
|